Professionele Gentse Feesten

De Gentse Feesten moeten een sprong vooruit in de tijd maken qua organisatiestructuur. Het Gentse en rebelse moet uiteraard blijven, maar het grootste openluchtfestival van Europa moet coherenter en professioneler aangepakt worden.

De laatste vernieuwingsgolf en de laatste nieuwe impulsen van onze Gentse Feesten, ook op artistiek en muzikaal vlak, dateren al van 15 jaar geleden. Hoog tijd dus om vooruit te kijken, en te gaan bepalen hoe onze geliefde Feesten er gaan uitzien in pakweg 2025 en 2030. Iedereen heeft zijn eigen herinneringen aan de Gentse Feesten, zijn eigen subjectieve jeugdsentiment. Voor sommigen is dat Walter De Buck bij Sint-Jacobs, voor anderen is dat Gust de Wortelschreper in de jaren ’80, voor nog anderen is dat Boomtown op de Oude Beestenmarkt of een avondje PoléPolé. Die basis nostalgie is fantastisch. Iedereen is anders. Maar we moeten zorgen dat ook de toekomstige generaties hun basisnostalgie kunnen opbouwen. De Gentse Feesten trekken om en bij de 1,3 miljoen bezoekers per jaar. De economische impact van de Feesten is enorm, en bedraagt meer dan 60 miljoen euro. En dat gaat dan voornamelijk over geld dat wordt uitgegeven aan eten en drank.

Want voor onze Gentse Feesten betaalt niemand een toegangsprijs. Onze Feesten zijn gratis en dat moet ook zo blijven. Het is van levensbelang dat we rekening houden met de centrumbewoners, die 10 dagen lang wonen en leven middenin het feestgedruis. We moeten dus een evenwicht vinden tussen leefbaarheid en levendigheid. De Gentse Feesten vinden plaats in een stadscentrum, en niet zoals Rock Werchter op een afgesloten weide. Let wel, de Gentse Feesten moeten 10 dagen blijven duren. Maar omwille van de leefbaarheid hebben we wel al alles opgeschoven. Door op vrijdagavond te starten kunnen we op zondagavond stoppen, en kan de volgende werkweek normaal beginnen. Anders werd er ook nog een maandag gefeest. Een sluitingsuur om middernacht zal er niet komen. Maar we moeten wel rekening houden met de overlast voor de centrumbewoners. Daarom is het einduur op alle pleinen op half 3 gezet. De meeste pleinen stoppen trouwens al vroeger. Alleen Sint-Jacobs mag nog feesten tot 5 uur, en de Vlasmarkt tot 8 uur. Er moet immers een ‘uitloopzone’ zijn, om te vermijden dat de mensen die nog niet zijn uitgefeest na half 3 het hele centrum op stelten zetten.