Nieuws

Zijn de Feesten te braaf geworden?

Zijn de Feesten te braaf geworden?

 

Van een feestje dat de Gentse bourgeoisie voor zichzelf gaf, tot het grootste straatfestival van ­Europa. De Gentse Feesten hebben in 175 jaar een bochtig parcours afgelegd. Een prachtig geïllustreerd boek vertelt het hele verhaal en stelt kritische vragen over de toekomst van Gents meest waardevolle traditie.

De stichters van de 'oude Gentse Feesten' waren handelaars en ondernemers uit de hoge burgerij. Zij wilden zich graag tonen aan de buitenwereld en aan elkaar. Dat ze daarmee alle parochiekermissen konden bundelen - feesten die de arbeiders bijna elk weekend opnieuw uit de fabriek en naar de cafés dreven - was mooi meegenomen.

Op 24 juni 1843 werd het eerste Gentse Fête Communal ingeluid door de klok van het belfort. Er waren boogschietingen, concerten in de Opera, paardenwedstrijden voor de elite en aparte spelen op het Sint-Pietersplein voor het gewone volk. Voor de armen waren er brooduitdelingen.

Bal populaire

Er was maar één activiteit waarop de verschillende standen elkaar ontmoetten: het bal populaire op de Kouter.

Het Gemeentefeest werd een traditie en zou meer dan een eeuw een vaste plek op de jaarlijkse kalender van Gent blijven, met de bloemenstoet op het water als hoogtepunt.

Maar met het wegdeemsteren van de elitaire status van de bourgeoisie, verwaterden ook de Feesten in de twintigste eeuw tot een saai en voorspelbaar ritueel. “Zijn de Feesten het nog wel waard om te vieren?”, vroeg een krant zich in 1960 af.

Dat huidig Feestenburgemeester Christophe Peeters (Open VLD) een halve eeuw later over de Feesten kan spreken als “het absolute goud in onze handen”, hebben we te danken aan volkszanger Walter De Buck. Samen met enkele gelijkgestemde hippies en andere rare Marteko's diende die in 1969 de Feesten een flinke injectie humor, engagement en zotternij toe. Op Bij Sint-Jacobs bracht hij het 'langharig werkschuw tuig' samen met het volk. De rest is, zoals ze zeggen, geschiedenis. Anno 2018 zijn de Gentse Feesten met 1,2 miljoen bezoekers het grootste openlucht stadsfestival in Europa.

Meer dan fraaie prentjes

Het hele verhaal wordt verteld in een nieuw boek vol spetterende foto's van vooral stadsfotograaf Patrick Henry - waardoor de nadruk van de beelden wel heel erg op het recentste decennium ligt.

Gelukkig is het boek meer dan een fraai prentjesalbum. Heel boeiend is het lange hoofdstuk waarin voormalig De Gentenaar-journalist Karel Van Keymeulen aan de hand van diepgravende gesprekken met de tien grote pleinorganisatoren kritische bedenkingen maakt over de toekomst. Moeten de Feesten wel gratis blijven? Is het artiestenbudget niet al te bescheiden in verhouding tot het massale aantal feestvierders? Moeten er meer subsidies komen van de Stad of van elders? Is er nog een plek vrij voor nieuwe, jonge organisatoren? En ook: zijn de Feesten niet te braaf geworden door alle regelneverij en is er geen nood aan een nieuwe dosis zottigheid en anarchie?

Volgend jaar bestaan de 'moderne Feesten' vijftig jaar. Een ideaal moment voor een nieuw manifest, een publieksstudie of, waarom niet, een heuse Staten-Generaal.

Maar eerst geven we er vanaf 13 juli nog een serieuze lap op.

'175 Jaar Gentse Feesten', diverse auteurs, Pandora Publishers, 192 blz., 31,95 euro. Gentenaars krijgen 5 euro korting met een bon die in het Stadsmagazine van juni staat. In het Huis van Alijn opent volgende week een expo. gentsefeesten.stad.gent

 

De Gentenaar
(Geert Neyt)

Meer nieuwsberichten